Meertalig leren in het gezin
Thuis kunnen kinderen veel leren door te spelen, huiswerk te maken, in het huishouden mee te helpen en vragen te stellen. Gebruik van alle talen kan de creativiteit en interactie tussen hun thuistaal en het Nederlands bevorderen. Dit kan helpen bij het leren.
🏠 Voor wie?
Deze pagina is voor iedereen die voor meertalige kinderen zorgt, zoals:
Ouders en verzorgers
Grootouders, ooms en tantes
Broers en zussen
Oppas en vrienden
Je kunt de activiteiten thuis gebruiken, maar ook op andere plekken waar je met het kind bent, zoals in de winkel, in het park, of op het station.
Waarom een meertalige aanpak?
Verbinden van leren op school en thuis
Als een kind thuis al over “plus” of “meer dan” heeft gepraat in de thuistaal, helpt dat om het concept dieper te begrijpen. Het verbindt wat ze al weten met wat ze nieuw leren. Bovendien leren kinderen zo ook dat er verschillende manieren zijn om over getallen of hoeveelheden te praten.
Betrekken van ouders en verzorgers
Betrokkenheid van ouders is belangrijk bij het leren van hun kinderen. Maar voor ouders die de Nederlandse taal en cultuur niet zo goed kennen, is dat soms lastig. Door meertalige, laagdrempelige activiteiten met hun kinderen te doen kunnen ouders en verzorgers toch betrokken zijn.
Waarderen van alle talen
Gebruik van de thuistaal kan bijdragen aan het zelfvertrouwen van kinderen. Ze ontdekken dat hun thuistaal waardevol is voor het leren op school en dat ze meer kunnen dan ze misschien dachten.
Wat vind je hier?
- Activiteiten en materialen om thuistalen en het Nederlands samen te gebruiken.
- Antwoorden op veelgestelde vragen
Tips voor gebruik
- De activiteiten zijn voor kinderen van 6 tot 13 jaar, maar kunnen aangepast worden voor andere leeftijden.
- Begin klein: kies één activiteit.
- Pas het dagelijks toe: gebruik je thuistaal én het Nederlands bij het koken, boodschappen doen of als je onderweg bent.
Veelgestelde vragen
Soms krijg ik het advies om Nederlands met mijn kind te praten, maar ik spreek de thuistaal beter. Wat moet ik doen?
Veel ouders voelen druk om vooral Nederlands te spreken. Dat horen we ook in ons onderzoek. Soms krijgen ouders juist het advies om hun thuistaal te gebruiken, bijvoorbeeld bij het consultatiebureau. Dat kan verwarrend zijn.
Wat onderzoek laat zien:
Kinderen leren een taal het beste van iemand die die taal zelf goed spreekt.
Spreek je zelf minder goed Nederlands? Gebruik dan liever je thuistaal als je met je kind praat.
Tip: Door in je thuistaal te praten, help je je kind deze taal goed te leren. Een sterke basis in de thuistaal helpt je kind ook bij het leren van en in het Nederlands.
Bronnen:
Bosma, E., Bakker, A., Zenger, L., & Blom, E. (2023). Supporting the development of the bilingual lexicon through translanguaging: a realist review integrating psycholinguistics with educational sciences. European Journal of Psychology of Education, 38(1), 225–247.
Hoff, E., Core, C., & Shanks, K. F. (2020). The quality of child-directed speech depends on the speaker’s language proficiency. Journal of Child Language, 47(1), 132–145.
MacDonald, E. G., Moraru, M., Bakker, A., & Blom, E. (2026). Translanguaging towards equitable participation: Doing research multilingually with people with a migration background. Social Inclusion, 14.
Mijn kind wil niet in de thuistaal praten. Moet ik toch mijn best doen om deze taal te blijven spreken?
Als je wilt dat je kind de thuistaal leert, is het belangrijk dat je deze taal thuis blijft gebruiken. Thuis is vaak de belangrijkste – en soms zelfs de enige – plek waar je kind de thuistaal hoort en kan oefenen.
Tips:
Dwing je kind niet om de thuistaal te spreken. Dat werkt meestal niet goed.
Het is normaal dat je kind in het Nederlands antwoordt, ook als jij de thuistaal spreekt. Dat laat zien dat je kind de thuistaal begrijpt.
Door zelf de thuistaal te blijven spreken, geef je je kind een goede basis. Met een goede basis in de thuistaal kan je kind later ook andere talen, zoals Nederlands, beter leren.
Bronnen:
De Houwer, A. (2007). Parental language input patterns and children’s bilingual use. Applied Psycholinguistics, 28(3), 411–424.
Ribot, K. M., & Hoff, E. (2014). “¿Cómo estas?” “I’m good.” Conversational code-switching is related to profiles of expressive and receptive proficiency in Spanish-English bilingual toddlers. International Journal of Behavioral Development, 38(4), 333–341.
Hoe kan ik mijn kind helpen met school als ik het Nederlands niet goed spreek?
Het kan moeilijk zijn om je kind te helpen met school als je zelf niet zo goed Nederlands spreekt. Maar gelukkig kun je je kind wél goed helpen in de thuistaal.
Wat kun je doen?
- Vraag de leerkracht wat je kind gaat leren
- Vraag welke onderwerpen je kind de komende weken krijgt.
- Je kunt een vertaalapp zoals Google Translate of DeepL gebruiken om met de leerkracht te praten.
- Praat thuis in de thuistaal over school
- Bespreek de onderwerpen samen in je thuistaal
- Zo begrijpt je kind de stof beter en leert het sneller
Kijk samen naar filmpjes
Online zijn vaak filmpjes in verschillende talen te vinden, bijvoorbeeld over rekenen.
- Bekijk een filmpje vóór de les (om alvast te oefenen) of na de les.
- Praat over wat jullie zien en begrijpen
Stel eenvoudige vragen, zoals:
“Dit snap ik wel, maar dit vind ik nog moeilijk.”
- “Een vraag die ik nog heb is…”
“Iets wat mij opvalt aan de uitleg is…”
Meer ideeën
Bekijk de activiteit Rekenen in het wild voor voorbeelden van gesprekken over rekenen in thuistalen.
Waar vind ik meertalige materialen voor educatieve activiteiten met mijn kind?
Er zijn veel plekken waar je meertalige materialen en ideeën kunt vinden. Je hebt geen duur of speciaal lesmateriaal nodig. Ook thuis kun je veel doen.
In de bibliotheek
Veel bibliotheken hebben boeken in verschillende talen.
Soms zijn er voorleesmiddagen in andere talen.
Vraag ernaar bij jouw bibliotheek.
Op school
Vraag de leerkracht van je kind om tips.
Veel activiteiten van school kun je ook thuis doen in je eigen taal.
Thuis
Thuiszelf is ook een plek waar je leermaterialen vindt: dagelijkse situaties! Gebruik deze momenten om in jullie thuistaal erover te praten.
Praat samen tijdens:
- Koken
- Bakken
- Verven
- Meten
- Bouwen
Door samen te praten tijdens deze activiteiten leert je kind nieuwe woorden in de thuistaal. Je leert ook rekenen gebruiken, bijvoorbeeld meten, vergelijken en nadenken over hoeveelheden.
Voorbeeld:
Jullie gezin van vier nodigt nog vier mensen uit om te eten.
Het recept moet twee keer zo groot worden.
Hoe doe je dat?
Waar moet je op letten?
Wat gebeurt er als jullie maar twee mensen uitnodigen?
Dit soort vragen helpt je kind logisch na te denken en te rekenen in de thuistaal.
Multi-STEM-toolbox
In de Multi-STEM-toolbox vind je rekenactiviteiten die je samen in de thuistaal kunt doen. De activiteiten helpen jullie om thuis samen te oefenen en te leren.
Probeer bijvoorbeeld Vormen beschrijven en Wat zit er in de pot?
Bronnen:
Little, S., & Murray, R. (2024). The multilingual children’s library as physical and metaphorical ‘space’ within the community: Practical and emotional considerations. Journal of Librarianship and Information Science, 56(1), 131-144.
King, H. M., & Pérez Andrade, G. (2025). Developing a multilingual library of picturebooks: The impact of a linguistically diverse collection and multilingual storytime on representation and visibility of minoritized languages, speakers, and communities. Journal of Multilingual and Multicultural Development, 1-17.
Ik wil zelf Nederlands leren en daarom met mijn kinderen spreken. Is dat verstandig?
Het is begrijpelijk dat je Nederlands wilt leren. Uiteindelijk kies je zelf welke taal je met je kind spreekt.
Vergeet niet dat jij heel belangrijk bent voor de ontwikkeling van de thuistaal van je kind. Misschien ben jij zelfs de enige van wie je kind deze taal kan leren.
Daarom is het belangrijk om de thuistaal te blijven spreken. Dat kan ook als je soms Nederlands met je kind praat.
De regels hoeven niet streng te zijn. Talen door elkaar gebruiken (mixen) is niet slecht voor je kind. Het heeft geen nadelige gevolgen.
Bron:
Verhoeven, E., van Witteloostuijn, M., Oudgenoeg-Paz, O., & Blom, E. (2025). To mix or not to mix? The relation between parental language mixing and bilingual children’s language outcomes. Bilingualism: Language and Cognition, 1-15.
Ik begrijp de manier waarop rekenen in Nederland wordt uitgelegd niet. Hoe kan ik mijn kind toch helpen?
Veel ouders voelen zich onzeker over rekenen op school. De manier van uitleg in Nederland kan anders zijn dan hoe jij het vroeger hebt geleerd. Dat is normaal.
Wat kun je doen?
- Praat met de leerkracht
Zeg dat je wilt begrijpen wat je kind leert en hoe het wordt uitgelegd. Leerkrachten nemen vaak de tijd als ze merken dat je geïnteresseerd bent.
- Vraag naar lessen voor ouders
Sommige scholen geven extra reken-wiskundelessen aan ouders die dit willen leren. Vraag of dat mogelijk is.
- Gebruik online tools in je thuistaal
Zoek uitleg in je eigen taal, bijvoorbeeld online video’s over vermenigvuldigen. Je kunt ook materialen gebruiken uit je thuisland.
- Help op andere manieren
Je hoeft niet alles precies op dezelfde manier uit te leggen als op school. Spelletjes spelen, samen oefenen en praten over rekenen in het dagelijks leven helpen je kind ook om wiskundig te leren denken. In de Multi-STEM-toolbox vind je meerdere activiteiten die je thuis kunt doen. Zie Speel met dobbelstenen en Rekenen in het wild.
Ik houd niet van rekenen (en mijn kind ook niet). Hoe kan ik mijn kind toch helpen als ik me onzeker voel?
Veel ouders vinden rekenen moeilijk. Of ze hebben er geen goede herinneringen aan. Soms merken ze ook dat hun kind rekenen niet leuk vindt. Dat is begrijpelijk.
Wat kun je doen?
Let op wat je zegt en hoe je het zegt: Jouw woorden en houding hebben invloed op je kind.
- Zeg liever niet: “Ik had ook een hekel aan wiskunde.”
- Zeg bijvoorbeeld: “Wiskunde kan soms moeilijk zijn, maar je doet je best!”
- Zeg liever niet: “Dit ga je toch nooit gebruiken.”
- Zeg liever: “Wat je nu leert, helpt je later bij…”
- Prijs de vooruitgang, niet alleen het cijfer.
Haalt je kind eerst een 4 en later een 6? Zeg dan: “Goed gedaan, je bent vooruitgegaan!”
- Vindt je kind iets moeilijk? Zeg: “Je hebt goed doorgezet. Dat is knap!”
- Laat zien dat rekenen ook leuk kan zijn
Doe samen één van de Multi-STEM-toolbox-activiteiten. Maak er een spel van en ontdek samen hoe het werkt!