Meertalig leren in het museum
Musea zijn plekken waar kinderen veel kunnen ontdekken en leren. Door thuistalen te benutten help je kinderen en hun families om zich welkom te voelen, actief mee te doen en hun eigen ervaringen te verbinden met wat ze in het museum zien en doen.
🏛️ Voor wie?
Deze pagina is voor museumprofessionals die meertalige kinderen, hun families en hun leerkrachten willen betrekken, zoals:
Museum educator
Museumrondleider
Conservatoren
Ontwerpers
Museumdirecteuren
Je kunt deze activiteiten gebruiken voor familiebezoeken en schoolbezoeken.
Waarom een meertalige aanpak?
Ontsluiten van kennis
Uitleg in zowel de thuistaal als het Nederlands kan kinderen helpen meer uit een museumbezoek te halen, of ze nu met school of familie komen. Voor kinderen die het Nederlands nog aan het leren zijn, maakt dit het museum toegankelijker en stimuleert het hen om alles te ontdekken.
Stimuleren van betrokkenheid en interactie
Voor kinderen met hun ouders in het museum is de thuistaal een brug, zeker als ouders het Nederlands nog niet goed beheersen. Als de thuistaal beschikbaar is, kunnen ouders de inhoud beter begrijpen en hun kinderen actief begeleiden. Dat motiveert meertalige kinderen extra.
Een inclusief museum
Aandacht voor andere talen dan het Nederlands, Engels en de bekendste ‘toeristentalen’ kan bijdragen aan een inclusievere omgeving. Een wand of een scherm met ‘welkom’ in heel veel talen, kan al zorgen voor herkenning bij bezoekers.
Wat vind je hier?
- Activiteiten en materialen om thuistalen actief te betrekken.
- Voorbeelden uit eigen onderzoek bij onze partnermusea: NEMO Science Museum, Museon-Omniversum en Teylers.
- Antwoorden op veelgestelde vragen
Tips voor gebruik
- De activiteiten zijn voor kinderen van 6 tot 13 jaar, maar kunnen aangepast worden voor andere leeftijden.
- Hoewel de voorbeelden uit wetenschapsmusea komen, kunnen alle musea met aanpassingen deze ideeën gebruiken.
- Begin klein: kies één activiteit en probeer die uit in een rondleiding of workshop.
- Wissel ervaringen uit met collega’s om inspiratie op te doen.
Veelgestelde vragen
Dit lijkt veel werk: kan ik iets kleins proberen?
Ja, zeker! Een museum meer meertalig maken is een doorlopend proces.
Je kunt al beginnen door jezelf en je collega’s bewust te maken van meertaligheid en jullie eigen taalvaardigheden.
Zo kun je starten: Praat met collega’s over talen. Bijvoorbeeld tijdens de pauze of lunch. Vraag:
- Hoe belangrijk vinden zij het dat het museum toegankelijk is voor mensen die andere talen spreken dan het Nederlands?
- Welke ervaringen hebben zij zelf met meertaligheid?
Praat met collega’s die contact hebben met bezoekers
- Welke talen horen zij in hun werk?
- Spreken of gebruiken zij zelf ook andere talen?
Deze gesprekken helpen om een beter beeld te krijgen van wat er al gebeurt in het museum en te bepalen welke stappen je daarna kunt zetten.
Uit onze samenwerking met NEMO en Museon-Omniversum blijkt dit een eenvoudige maar effectieve eerste stap.
Helpt het om QR-codes toe te voegen die toegang geven tot informatie in andere talen?
Ja, QR-codes kunnen handig zijn. Ze geven bezoekers de mogelijkheid om uitleg in hun eigen taal te horen.
Uit onze ervaring bij Museon-Omniversum blijkt wel dat het belangrijk is om rekening te houden met de omgeving: kinderen en andere bezoekers kunnen snel afgeleid worden en blijven vaak niet lang op één plek lezen of luisteren.
Ons advies:
- Bepaal het doel van de QR-code. Bijvoorbeeld: laten horen welke geluiden dieren maken.
- Plaats QR-codes in rustige ruimtes zodat bezoekers de tijd hebben om te luisteren of kijken.
- Houd de informatie kort en duidelijk. Zo kunnen kinderen en gezinnen samen blijven ontdekken en met elkaar praten.
Bron:
Chisari, L. B., Moraru, M., Smit, J., Bakker, A., & Blom, E. (2025). Language-related challenges and recommendations of migrant families visiting Dutch science museums. International Journal of the Inclusive Museum, 18(2), 53-76. https://doi.org/10.18848/1835-2014/CGP/v18i02/53-76
Wat als ik de thuistaal van een kind niet ken?
Dit is een veelgestelde vraag, niet alleen in musea. Onderzoek laat zien dat leerkrachten zich zorgen maken over hoe ze kunnen communiceren met kinderen die de schooltaal nog niet spreken. In ons werk met Teylers hadden gidsen dezelfde vraag bij nieuwkomersklassen.
Wat je kunt doen:
- Stimuleer het gebruik van hulpmiddelen
Laat kinderen gebaren, voorwerpen, plaatjes of online vertaalapps (bijvoorbeeld DeepL of Google Translate) gebruiken. Zie Alle zintuigen gebruiken en Vertalen.
- Gebruik zelf ook hulpmiddelen
Je kunt deze hulpmiddelen inzetten om de communicatie te ondersteunen. Alle zintuigen gebruiken en Vertalen.
- Kijk in de Multi-STEM Toolbox
De activiteit Taalondersteuning en meertalige strategieën geeft ideeën om meertalige kinderen te ondersteunen tijdens een museumbezoek.
- Vraag een taalbemiddelaar
Een familielid of klasgenoot die de thuistaal spreekt en beter Nederlands kan, kan als tolk helpen. Bekijk voor inspiratie de activiteit Meertalige buddies en Taalbemiddelaars inzetten.
Hoe betrek ik ouders die minder goed Nederlands spreken?
Kinderen uit nieuwkomersgezinnen leren vaak sneller Nederlands dan hun ouders, omdat ze het dagelijks op school gebruiken. Je kunt ouders toch goed betrekken door het volgende te doen: Laat kinderen als tolk optreden
Kinderen die zowel Nederlands als hun thuistaal goed spreken, kunnen hun ouders helpen. Zie Taalbemiddelaars inzetten voor meer uitleg.
Gebruik ondersteunende hulpmiddelen
Maak gebruik van gebaren, voorwerpen, plaatjes, filmpjes of audio om de uitleg begrijpelijk te maken. Zie Alle zintuigen gebruiken.
Maak het museum meertalig
Dit helpt ouders actief bij de inhoud te betrekken. Denk aan een Meertalige woordmuur of meertalige woordenlijsten Meertalige woordenlijst.
Bekijk onze toolbox voor meer ideeën
De activiteit Taalondersteuning en meertalige strategieën geeft extra tips over hoe je met ouders kunt communiceren die andere talen spreken.
Hoe kies ik welke extra talen ik in het museum toevoeg?
Het kan lastig zijn om te beslissen welke talen je toevoegt. Begin met te bepalen wie je wilt bereiken en welke talen belangrijk zijn.
Uit onze samenwerking met NEMO, Museon-Omniversum en Teylers bleek dat het helpt om eerst te onderzoeken welke talen in de omgeving veel gesproken worden.
Zo kun je beginnen:
- Top talen in de stad: Kijk welke tien talen het meest gesproken worden in de stad waar het museum staat.
- Talen van buurtgemeenschappen: Bekijk welke talen worden gesproken door gemeenschappen rond het museum.
- Scholen: Vraag voorafgaand aan schoolbezoeken welke thuistalen de leerlingen spreken.
Belangrijke tips:
- Welke talen je kiest, hangt af van je doel en van wie je wil betrekken.
- Begin klein, bijvoorbeeld met één of twee talen, en breid later uit.
- Uit ons onderzoek blijkt dat meertalige families het zien van andere talen in het museum (ook als het niet hun thuistaal is) ervaren als een teken dat het museum openstaat voor meertaligheid.
- Communiceer aan bezoekers dat je in de toekomst meer talen hoopt toe te voegen.
Moet ik vertaalbureaus of vertalers inhuren om het werk te doen?
Het inhuren van professionele vertalers heeft duidelijk voordelen:
- Ervaring en nauwkeurigheid: Ze zorgen dat de vertaling klopt.
- Bezoekersgericht: Ze passen de tekst aan op de doelgroep.
- Extra context: Soms kunnen ze, zoals in onze samenwerking NEMO en Museum-Omniversum, ervaringen delen of uitleg geven over hoe een taal kan verschillen binnen dezelfde gemeenschap.
Andere mogelijkheden
- Meertalige collega’s of vaste bezoekers: Zij kunnen helpen met vertalingen van minder belangrijke teksten.
- Gratis vertaalapps: Voor eenvoudige teksten kun je online vertaalapps gebruiken, bijvoorbeeld Google Translate en DeepL.
Is het een goed idee om de geschreven teksten in het museum zoveel mogelijk te vervangen door plaatjes?
We raden niet aan om alle teksten te vervangen. Beter is om tekst en beeld elkaar te laten aanvullen.
Waarom:
- Plaatjes zijn niet altijd universeel: onderzoek laat zien dat mensen uit verschillende landen en culturen iconen en plaatjes anders interpreteren.
- Complexe informatie blijft lastig: collega’s merkten dat het soms moeilijker kan zijn om wetenschappelijke betekenissen over te brengen met alleen iconen of plaatjes.
- Bezoekers leren ook van lezen: Kinderen, gezinnen en andere bezoekers leren ook door teksten te lezen. Samen lezen helpt om nieuwe woorden en zinnen te leren.
- Ondersteunend beeld werkt wel: in ons onderzoek bij Teylers zagen we goede resultaten wanneer iconen en plaatjes de geschreven teksten ondersteunden.
Bekijk de activiteiten Taalondersteuning en meertalige strategieën en Meertalige woordenlijst voor voorbeelden van hoe je tekst en beeld kunt combineren.
Bron:
BĂĽhler, D., Hemmert F., & Hurtienne, J. (2020) Universal and intuitive? Scientific guidelines for icon design. Proceedings of Mensch Und Computer, 2020, 91-103. https://dl.acm.org/doi/pdf/10.1145/3404983.3405518